Uitgerekend de Verenigde Staten gaven Duitsland vakbondsmacht
In dit artikel:
Duitsland verkeert volgens de auteur in een paradoxale situatie. Hoewel het Internationaal Monetair Fonds voor dit jaar 1,3% economische groei verwacht en de regering investeert in infrastructuur en defensie, zijn 84% van de Duitsers bezorgd dat politieke partijen geen antwoord hebben op urgente vraagstukken. 86% maakt zich zorgen over de toestand van het land. Tegen die achtergrond groeit de nostalgie naar een vermeend tijdperk van nationale duidelijkheid en trots, terwijl in de peilingen een radicaal-rechtse partij bovenaan staat met een campagne die terugkeer naar het oude Duitsland belooft.
De Duitse schrijver Harald Jähner onderzoekt die herinnering in zijn boek *Wunderland*, over de periode 1955-1967. Duitsland beleefde toen het Wirtschaftswunder, met snelle groei van industrie en welvaart. Die bloei had echter een hoge prijs: het Roergebied was zwaar vervuild door kolen, staal en chemie. Bovendien was het Duitse succes geen uniek wonder. Ook Frankrijk en Italië groeiden sterk, terwijl de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en de vraag naar defensiematerieel tijdens de Koreaanse Oorlog de economie stimuleerden.
Jähner beschrijft ook een minder bekende Amerikaanse invloed. De Verenigde Staten drongen aan op het afschaffen van geallieerde beperkingen voor de Duitse zware industrie en hielpen een modern systeem van medezeggenschap tot stand te brengen. Werknemers en vakbonden kregen daardoor invloed op het bedrijfsbestuur. Dat staat haaks op het huidige debat, waarin juist wordt beweerd dat werknemers te veel zeggenschap hebben en bedrijven daardoor minder slagvaardig zijn. Volgens Jähner waren het mede de arbeiders, zoals mijnwerker Jupp Stefaniak, die het Wirtschaftswunder mogelijk maakten.
Tussen 1955 en 1967 veranderde de samenleving ingrijpend. Duitsers gingen massaal consumeren, dorpswinkels maakten plaats voor supermarkten en plastic werd gemeengoed. Die ontwikkeling hing samen met de overstap van steenkool op olie, maar bracht nieuwe milieuproblemen met zich mee. Tegelijk bleef het naziverleden aanwezig. De processen van Neurenberg konden de indruk wekken dat Duitsland met dat verleden had afgerekend, maar het proces tegen Adolf Eichmann in Israël in 1961 bracht de omvang van de nazi-misdaden en de brede medeplichtigheid opnieuw in beeld. Dat leidde tot maatschappelijke spanningen en politiek geweld.
Jähners historische analyse maakt duidelijk dat het geïdealiseerde oude Duitsland nooit heeft bestaan. Ook in de Wirtschaftswunder-periode draaide het om vragen over democratie, economische ordening en rechtvaardigheid. Het boek plaatst daarmee hedendaagse nostalgie en extreemrechts terugverlangen in perspectief.
Naast *Wunderland* worden kort vier andere boeken besproken: Antal van den Boschs uitleg over de beperkingen van taalmodellen, een herwaardering van de Vikingheerser Knoet de Grote, een pleidooi van Hidde Boersma en Floris Kreiken voor groei en vooruitgang, en Robert Colls’ biografie van George Orwell.
Vandaag Inside: Wilfred Genee trekt aan de rem tijdens gesprek over dwergporno: ‘Dit gaat de verkeerde kant op!'