UWV-baas: 'Wij hebben echt een ander stelsel nodig, meer gericht op werk'
In dit artikel:
In de hal van het UWV-kantoor in Amsterdam hangt een zelfgeschilderd weiland — een gebaar van dankbaarheid van een cliënt. Tegelijk kampt het UWV met oplopende wachttijden en fouten bij uitkeringen, waardoor de uitvoeringsinstantie onder druk staat. Bestuursvoorzitter Maarten Camps erkent dat de organisatie „vastloopt”: onvoldoende capaciteit, verouderde IT en een veelheid aan regionaal uiteenlopende werkwijzen belemmeren de dienstverlening.
Feiten en cijfers: vorig jaar kwamen bijna 97.000 WIA-aanvragen binnen, tegen ruim 93.000 in 2024; over meerdere jaren is de instroom met 20–30% toegenomen. In sommige regio’s wachten mensen volgens berichtgeving tot vijftien maanden op een medische beoordeling. In het UWV-jaarverslag staat dat eind 2025 zo’n 7.900 dossiers langer dan een half jaar in de wacht staan, tegenover 1.100 een jaar eerder. Het tekort aan verzekeringsartsen is cruciaal: hoewel het UWV er 152 wist aan te trekken, compenseert dat niet de uitstroom van gepensioneerden en het wegvallen van inzet van zzp’ers.
Maatregelen en experimenten: UWV streeft naar uniformering van regionale werkwijzen en versnelling door digitalisering. Voorwerk voor de sociaal-medische beoordelingen wordt zoveel mogelijk verplaatst naar verpleegkundigen en andere deskundigen. In proefprojecten mogen met toestemming van cliënten bedrijfsartsen gegevens leveren, zodat verzekeringsartsen alleen nog hoeven te toetsen. Daarnaast is tijdelijk gekozen om prioriteit te geven aan initiële beoordelingen voor toegang tot WIA of Wajong: herbeoordelingen worden grotendeels opgeschort en alleen in schrijnende gevallen behandeld, gecentraliseerd in één intakepunt. Dat helpt de doorstroom, maar leidt tot kritiek van private verzekeraars en teleurstelling bij cliënten.
Kampen voor structurele verandering: Camps steunt kabinetsplannen om het IVA-duurzaamheidscriterium te schrappen omdat het voor artsen moeilijk vast te stellen is wie nooit meer zal herstellen. Hij pleit verder voor wettelijke ruimte om taken te verschuiven, zodat verpleegkundigen beslissingen mogen nemen, en voor een fundamenteel ander stelsel dat focus verlegt van louter toetsen naar het terugbrengen naar werk. Een concreet voorstel is een voorlopige uitkering om cliënten zekerheid te geven en begeleiding naar werk te kunnen intensiveren, terwijl definitieve medische beoordelingen pas plaatsvinden wanneer dat zinvol is.