Veel hogere opkomst bij Hongaarse verkiezingen dan vier jaar geleden
In dit artikel:
Bij de parlementsverkiezingen in Hongarije zondag stond de opkomst om 15.00 uur op 66 procent, aanzienlijk hoger dan de 53 procent bij hetzelfde tijdstip vier jaar geleden. Ruim 7,5 miljoen kiezers mogen stemmen voor een parlement met 199 zetels; de stembussen sluiten om 19.00 uur en de eerste uitslagen worden rond 20.00 uur verwacht. Hongarije publiceert geen exit-poll, waardoor het avondverloop extra spannend is.
De belangrijkste confrontatie is tussen oppositieleider Péter Magyar (partij Tisza), die in peilingen 7–9 procentpunt voorligt, en zittend premier Viktor Orbán, die al zestien jaar aan de macht is en ook nu vol vertrouwen is. Magyar noemde het een keuze “tussen het Oosten en Westen” en zei dat Hongaren “geschiedenis gaan schrijven”; hij riep op om onregelmatigheden te melden en waarschuwde dat “stembusfraude een ernstige misdaad is”.
De uitkomst kan een einde betekenen aan Orbáns langdurige bewind, dat werd gekenmerkt door beperkingen van vrijheden en herhaalde spanningen met Brussel over onderwerpen als steun aan Oekraïne, terwijl de regering nauwe betrekkingen met Rusland bleef onderhouden. Verwacht wordt dat de hoge opkomst een doorslaggevende factor kan worden bij het bepalen van de nieuwe koers van het land.