Veroordeelde ex-Harvardwetenschapper herbouwt brein-computerlab in China
In dit artikel:
Charles Lieber, een vooraanstaande Amerikaanse onderzoeker op het gebied van brein-computerinterfaces, heeft na zijn veroordeling in de Verenigde Staten zijn lab heropgebouwd in Shenzhen en leidt nu het staatsgefinancierde i-BRAIN (Institute for Brain Research, Advanced Interfaces and Neurotechnologies), onderdeel van de Shenzhen Medical Academy of Research and Translation (SMART). Lieber, 67, werd in december 2021 door een jury schuldig bevonden aan het plegen van valse verklaringen tegenover federale onderzoekers over betalingen uit China en aan belastingdelicten; hij zat kort gevangen, moest onder huisarrest en kreeg boetes opgelegd. Drie jaar later leidt hij onderzoek in China dat toegang heeft tot middelen die hij aan Harvard niet had.
Het i-BRAIN-lab beschikt volgens Reuters over speciale nanofabricageapparatuur — onder meer een diept-uv-lithografiesysteem van ASML (een generatie achter de nieuwste machines maar nog steeds kostbaar) — en toegang tot omvangrijke primatenfaciliteiten via Brain Science Infrastructure (BSI) Shenzhen. Die BSI-faciliteit heeft duizenden kooien voor niet-menselijke primaten; veel onderzoekers achten experimenten op primaten noodzakelijk om invasieve neurale interfaces naar mensen te vertalen. i-BRAIN werft binnen- en buitenlandse wetenschappers voor elektrofysiologisch onderzoek bij resusapen en noemt in vacatures expliciet contactadressen bij Lieber. Ook collega’s uit Liebers Harvard-tijd zijn naar Shenzhen gekomen, onder wie Jung Min Lee, expert in flexibele implantbare elektronica.
i-BRAIN is ingebed in een breed, door de overheid gesteund ecosysteem: SMART kreeg voor 2026 een begroting van circa $153 miljoen (een stijging van bijna 18%) en maakt deel uit van de Guangming Science City, samen met het grotere Shenzhen Bay Laboratory dat tientallen miljarden yuan aan overheidssteun trekt. China heeft brein-computerinterfacetechnologie als nationale groeiprioriteit opgenomen in het vijfjarenplan van maart 2026, en nationaal beleid stimuleert nauwe samenwerking tussen civiele wetenschap en militaire toepassingen (militair-civiele fusie).
De interesse in Liebers activiteiten vloeit voort uit zowel medische als veiligheidszorgen. Brein-computerinterfaces tonen klinische potentie bij aandoeningen als ALS en bij revalidatie van verlamming, maar kunnen ook militaire toepassingen hebben: Amerikaanse defensie-instanties noemen onderzoek naar het vergroten van mentale scherpte en situationeel bewustzijn als mogelijk doel. Liebers projecten aan Harvard ontvingen sinds 2009 meer dan $8 miljoen van het Amerikaanse ministerie van Defensie, blijkt uit rechtbankstukken. Analisten en voormalige Amerikaanse functionarissen waarschuwen dat Liebers snelle herplaatsing in China illustreert dat Amerikaanse waarborgen rond gevoelige technologieën onvoldoende zijn om de doorvoer van kennis naar staatsgestuurde programma’s in China tegen te houden.
Critici wijzen erop dat de zaak-Lieber, hoewel een van de weinige veroordelingen uit het voormalige China Initiative, het bredere probleem niet oploste: hij kon reizen en zich in China vestigen zodra zijn toezicht afliep. Voorstanders van strengere controles menen dat Beijing openheid van het Amerikaanse academische systeem exploiteert, gecombineerd met substantiële staatsinvesteringen en een strategie om wetenschappelijk talent terug te halen. Amerikaanse en Chinese overheidsinstanties, SMART en i-BRAIN hebben geen commentaar gegeven op Reuters’ vragen.
Praktisch benadrukt Reuters dat i-BRAIN Liebers toegang geeft tot uitrusting en diermodellen die in de VS moeilijker te krijgen zijn vanwege regelgeving en financieringsbeperkingen. Voorbeelden zijn de eigen lithografiemachine op de campus en de reservatie van ruimte binnen BSI Shenzhen. Amerikaanse neurowetenschappers zeggen dat zo’n geconcentreerd en goed gefinancierd centrum bijzonder aantrekkelijk is voor onderzoekers die invasieve neurale technologieën willen ontwikkelen.
Lieber heeft publiekelijk gezegd dat hij in april 2025 naar Shenzhen verhuisde met het doel van de stad een wereldleider op dit vlak te maken. Zijn zaak blijft in beleidskringen worden aangehaald als voorbeeld van de uitdagingen rond grensoverschrijdende wetenschap, nationale veiligheid en het terugwinnen van talent — thema’s die centraal staan in de strijd om geavanceerde technologieën zoals brein-computerinterfaces.