Vogelvrij! Bestuurders bij musea en cultuurcentra voelen zich onveilig
In dit artikel:
Donderdagmiddag in juni 2025 zorgde een sms-bericht voor opschudding tijdens het Directeurenoverleg Rotterdam: Birgit Donker, toen bestuurder van het Nederlands Fotomuseum, was per direct geschorst, nog voordat het museum feestelijk heropend zou worden. De maatregel volgde op anonieme meldingen over een slechte werksfeer; enkele weken later ontsloeg de raad van toezicht haar definitief wegens vermeende manipulatie van een personeelsonderzoek. Haar rechtszaak staat gepland voor maandag.
De zaak-Donker fungeert in de sector als een katalysator: veel bestuurders trokken hun contracten na, overleggen met toezichthouders begonnen en het vertrouwen binnen netwerken zoals het DO liep hard schade op. Het incident past in een breder patroon van bestuursruzie en onderzoeken naar ‘toxisch leiderschap’ bij Nederlandse (en Vlaamse) cultuurinstellingen — voorbeelden zijn onder andere ITA, De Fundatie, Toneelgroep Oostpool, Eye en het Noordbrabants Museum. Steeds weer duiken anonieme klachten op over angstcultuur, waarna raden van toezicht externe onderzoeken laten doen en soms rigoureus ingrijpen.
Een belangrijke achtergrond is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (2021). Die dwingt veel culturele stichtingen over op een bestuursmodel met een statutair bestuurder en een raad van toezicht. In dat regime kan een toezichtsraad een bestuurder ontslaan zodra het vertrouwen weg is, zonder tussenkomst van rechter of UWV — net als bij beursgenoteerde bedrijven. Het verschil: bij bedrijfsdirecteuren is het gangbaar dat een vertrekkende topman een afkoopsom of jaarsalaris meekrijgt; in de cultuursector bestaat geen eenduidige norm, waardoor bestuurders financieel en juridisch vaak kwetsbaar zijn.
De sector herkent meerdere oorzaken voor de botsingen. Medewerkers identificeren zich intens met hun instelling; veranderingen door nieuw leiderschap worden snel ervaren als aantasting van identiteit en veiligheid. Daarnaast speelt gender: wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat vrouwelijke leiders vaker kritiek krijgen op hun stijl. Zij worden getoetst op daadkracht én op sfeer—een moeilijke dubbele standaard. Donker werd bijvoorbeeld verweten ‘scherp en directief’ te zijn na ingrijpende koerswijzigingen waarmee ze het museum financieel redde en de focus verschoof naar nationale fotografie — een stap die sommige medewerkers niet accepteerden.
Raden van toezicht krijgen veel kritiek: onderzoekers Sjarel Ex en Jaap van Manen concluderen in hun rapport 'De Onraad van Toezicht' dat veel raden te weinig professioneel zijn, de code voor governance lippendienst bewijzen en intern ontoegankelijk zijn. Volgens hen belanden vier op de tien bestuurders ooit in conflict met toezichthouders. Kritieken richten zich op te grote bemoeizucht, gebrek aan rolvastheid (toezichthouders mengen zich in operationele zaken of luisteren aan de zijlijn bij recepties) en onvoldoende selectie op bestuurlijke deskundigheid. Vaak is het werk onbezoldigd en aangestuurd door persoonlijke binding met kunstwereld en status, in plaats van toezichtsexpertise.
Adviseurs en betrokkenen pleiten daarom voor betere procedures en opleidingen. Kennisplatform Cultuur en Ondernemen werkt aan een herziene Governance Code Cultuur (presentatie op 25 juni) en wil dat instellingen protocollen vastleggen voor klachtenprocedures, functioneringsgesprekken en omgangsvormen — niet in de code zelf, maar als verplichte verankering. Scholing voor toezichthouders en heldere afspraken over wanneer en hoe zij met personeel spreken moeten rolonduidelijkheden verminderen. Ook is er discussie over externe controle op raden van toezicht: een onafhankelijke geschillencommissie, visitatie door subsidieverleners of zelfs een soort Ondernemingskamer worden genoemd als middelen om het zelfreinigend vermogen te versterken.
Op lokaal niveau klinkt kritiek op gemeenten: sommige wethouders bemoeien zich te veel, andere lijken juist te afzijdig te blijven. Een praktisch voorstel uit de sector is om gemeenten verplicht elke twee jaar een gesprek te laten voeren met de bestuurder en de voorzitter van de raad van toezicht, zodat governance niet alleen bij subsidieaanvragen wordt getoetst maar structureel gevolgd blijft.
De zaak-Donker heeft dus langere nasleep: naast haar juridische procedure zet het debat over hoe cultureel bestuur, toezicht en conflicthantering beter kunnen, stevig in. Veel betrokkenen zien nood aan structurele verandering: heldere protocollen, professionele selectie en scholing van toezichthouders, en mechanismen van onafhankelijke toetsing, zodat persoonlijke conflicten en mediastormen niet telkens het bestuur van instellingen lamleggen.