Vooruitblik grondstoffen 2026 (deel 2): olie, aardgas, uranium en soft commodities
In dit artikel:
Koen Lauwers, onafhankelijk grondstoffenspecialist, trekt een gemengd beeld van 2025 en schetst de belangrijkste factoren die de prijzen in 2026 kunnen bepalen. Energiegrondstoffen en soft commodities bewogen het voorbije jaar alle kanten uit: olie, Europees TTF-gas, steenkool, cacao, suiker, maïs en tarwe werden goedkoper, terwijl uranium, Amerikaans aardgas (Henry Hub), soja en koffie in waarde stegen.
Olie: aanbodoverschot drukt prijs
De olieprijzen vielen flink terug in 2025 (Brent -19%, WTI -21%). Marktverwachting voor 2026 is dat het aanbod sneller groeit dan de vraag, waardoor volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) een recordoverschot van ongeveer 4 miljoen vaten per dag kan ontstaan; handelaar Trafigura ziet zelfs een nog groter surplus. Ondanks geopolitieke spanningen hield de markt rekening met een relatief lage kans op langdurige aanbodonderbrekingen. Russische olie blijft via China, India en het Midden-Oosten de wereldmarkt bereiken, wat de neerwaartse druk vergroot. OPEC+ heeft de geplande productieverhoging voorlopig bevroren, wat wijst op het besef dat extra aanbod weinig zin heeft in deze omstandigheden. Een herstel van het evenwicht wordt pas verwacht als productiecapaciteit krimpt door economische pijn bij producenten of als voorziene nieuwe aanbodbronnen vertraging oplopen — een mogelijk omslagmoment in de tweede helft van 2026.
Aardgas: trans-Atlantische divergentie
Een duidelijk onderscheid tussen Henry Hub (VS) en TTF (Europa) is cruciaal. Henry Hub steeg in december boven $5 per MMBtu maar zakte daarna door zacht winterweer en hoge voorraden; overall was de jaarlijkse stijging beperkt. TTF daalde daarentegen sterk, ongeveer 45%, onder meer door stabiele Noorse aanvoer, een sterke toename van LNG-export uit de VS (Europa is grootste afnemer) en een zwakkere Europese economische activiteit. Daarnaast speculatie over een mogelijke vredesregeling tussen Rusland en Oekraïne drukt de prijsverwachtingen verder.
Uranium: opwaartse trend, spanningen in marktstructuur
Uranium kende in 2025 een duidelijke opwaartse beweging (spot +≈12%, indicatieve contractprijzen +≈7%). Financiële spelers, met name fysieke uraniumfondsen zoals de Sprott-trust, keerden terug naar de markt. Beleidsmaatregelen — zoals een Amerikaanse overeenkomst met Westinghouse voor nieuwe reactoren en versoepelde regels voor raffinage/verrijking — en toezeggingen van landen als Japan, China en het VK om kerncapaciteit uit te breiden, ondersteunen de vraag. Tegelijk blijft er een impasse tussen producenten en nutsbedrijven: producenten zeggen dat huidige prijzen te laag zijn om nieuwe projecten te starten, nutsbedrijven rekenen op extra aanbod later dit decennium. Die kloof kan ertoe leiden dat toekomstige contracten tegen veel hogere prijzen moeten worden afgesloten wanneer langlopende overeenkomsten aflopen.
Landbouw: gematigde bewegingen met uitschieters
Granen lieten relatief bescheiden prijsschommelingen zien: soja boekte de beste prestatie (+6%), maïs en tarwe werden respectievelijk ongeveer 3% en 6% goedkoper, mede door ruime voorraden in de VS en gunstige weersomstandigheden in Zuid-Amerika waar het groeiseizoen loopt. Cacao volgde een scherpe correctie (-45%) na de extreme prijsopgang in 2024; hogere regenval en meer meststofgebruik in Ivoorkust en Ghana zouden het aanbod kunnen herstellen. Suiker daalde ruim 20% en staat op het laagste niveau sinds 2020, onder andere door uitzonderlijk hoge oogsten en minder verwerking naar ethanol bij dalende olieprijzen. Koffie bleef in de plus (+circa 10%): Braziliaanse droogte verlaagde de arabica-oogst en handelsmaatregelen richting de VS verminderden exports, waardoor voorraden afnamen.
Belangrijk voor 2026
Lauwers benadrukt dat veel prijsontwikkelingen in 2026 zullen afhangen van aanboddynamiek (vooral in olie en uranium), weerpatronen (vooral bij koffie en cacao), geopolitieke gebeurtenissen en de snelheid waarmee investeringen in productiecapaciteit reageren op huidige prijssignalen. Bij olie en gas kan discipline aan de aanbodzijde of onverwachte verstoringen snel het sentiment keren; bij uranium dreigt een rem op long-term contracten tot sterke prijsimpulsen zodra nutsbedrijven hun brandstofzekerheid echt moeten vernieuwen. Voor landbouwgewassen blijven voorraden en seizoensweer de meest doorslaggevende factoren.
Kort gezegd: geen eenduidige trend over alle grondstoffen; sectoren met krapte- of investmentknelpunten (uranium, sommige soft commodities) zien prijsopwaartse druk, terwijl markten met groeiend aanbod en ruime voorraden (olie, TTF-gas, suiker) onder neerwaartse druk blijven staan.