VS: 'tijdelijke' inflatie blaast vijf kaarsjes en blijft een lastpak
In dit artikel:
Vijf jaar geleden, in maart 2021, begon in de VS een inflatiegolf die zich ontwikkelde tot de scherpste prijsstijgingen in een generatie en die nog steeds economie, politiek en centrale bankbeleid bepaalt. Wat aanvankelijk door beleidsmakers deels als tijdelijk werd gezien, groeide uit tot een langdurig probleem: Fed-voorzitter Jerome Powell benadrukte destijds dat men inflatie op 2% wil “en niet op een tijdelijke basis”, maar die doelstelling raakte ver uit zicht.
De versnelling volgde snel. De Personal Consumption Expenditures‑index (PCE), door de Federal Reserve als leidende maatstaf gebruikt, oversteeg tegen het eind van 2021 meer dan 6% op jaarbasis en piekte rond de 7% in juni 2022. De consumentenprijsindex (CPI) sloeg in juni 2022 door naar boven de 9%, het sterkste tempo sinds begin jaren tachtig. Als reactie zette de Fed een ongekend snelle reeks renteverhogingen in om de vraag te temperen en prijsdruk te bestrijden.
Die beleidsomslag had zichtbare gevolgen voor huishoudens en markten. Hogere korte‑termijnrentes trokken andere leenlasten mee omhoog, met name hypotheken: wat jarenlang extreem goedkope hypotheekrentes waren (onder 3%) steeg naar boven de 6%, waardoor veel potentiële kopers de markt niet meer konden betreden of fors hogere maandlasten kregen. Reëel inkomen liep terug; volgens de gebruikte maatstaven is een dollar nu ongeveer gelijk aan 79 cent van januari 2020, waarbij lagere inkomens het zwaarst werden getroffen.
Economisch gezien werd een harde landing — sterke stijging van de werkloosheid of een recessie — uiteindelijk grotendeels vermeden, tegen de verwachtingen van veel economen in. Toch laten de “littekens” zich zien: verlaagde koopkracht, hogere financieringskosten en grotere politieke onvrede. Inflatie werd en blijft een belangrijk politiek thema; president Donald Trump haalde in zijn 2024-campagne zwaar uit tegen hoge prijzen en betaalbaarheid, maar prijsdalingen lieten zich niet afdwingen.
Op het moment van schrijven blijft de Fed‑voorkeursmaat PCE ongeveer een procentpunt boven het 2%-doel schommelen (rond 3%), en het monetaire beleid blijft krap. Nieuwe externe schokken kunnen inflatie opnieuw opjagen: de olieprijs is opgelopen boven $100 per vat na de recente escalaties in het Midden‑Oosten, waardoor benzineprijzen duidelijk zijn gestegen.
Kort: wat in maart 2021 begon als een ogenschijnlijke, beperkte prijsstijging is uitgegroeid tot een langdurige economische schok. De Fed heeft met krachtige renteverhogingen gereageerd, consumenten voelen de pijn vooral via duurdere leningen en koopkrachtverlies, en politieke en financiële gevolgen van de periode zullen nog geruime tijd doorwerken.