Waar komt toch die hernieuwde belangstelling voor het stoïcisme vandaan?

dinsdag, 31 maart 2026 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Tijdens het kijken naar een olympisch schaatstoernooi vraagt een van de kinderen aan haar vader waarom ze zich zo ongelukkig voelt. Dat zet de verteller aan tot een korte les over geluk: hij stelt dat geluk zeldzaam is, vooral voor gevoelige en intelligente mensen, en dat de meeste mensen vergeefs jagen op blijvend geluk. De uitzending levert meteen een tegenvoorbeeld: een Nederlandse schaatsster breekt het olympisch record en lijkt zichtbaar opgetogen, maar de vreugde blijkt vluchtig wanneer haar tijd weer wordt verbeterd en haar glorie snel vervliegt.

Het gesprek leidt naar een boekje van oud-schaatser Mark Tuitert over een scherpe, relaxte mindset gebaseerd op stoïcijnse ideeën. De verteller reflecteert op zijn eigen zoektocht naar focus en herkent in het boekje de bekende structuur van leiderschapsliteratuur: een held overbrugt tegenslag en bereikt verlichting, alsof iedereen dat ook kan. Hij prijst de praktische duidelijkheid van de moderne stoïcijnse adviezen, maar is tegelijkertijd sceptisch over hun effectiviteit in ingrijpende situaties.

Met hulp van een simpele metafoor — het teleurstellende cadeau van Sinterklaas — legt hij de kern van de stoïcijnse aanpak uit: veel leed ontstaat door verkeerde aannames over wat je kunt verwachten of opeisen van de wereld. De klassieke Stoa leert dat je je gedachten kunt bijsturen en zo je eigen ongeluk verminderen; dit idee maakt stoïcijnse coaching aantrekkelijk voor mensen die zoeken naar hanteerbare controle over hun gemoedstoestand.

Tegelijkertijd zet de auteur vraagtekens bij de hedendaagse, commercieel verpak­te neo-stoïcijnse beweging. Die versie, zo betoogt hij, is een gemakkelijke troost voor middenmanagement en zelfhulpconsumenten: risicoloos, maakbaar en gericht op het veranderen van je mindset in plaats van je omstandigheden. In de praktijk kan dit politieke of morele ontwijkend zijn — het ontkent de reële impact van externe tragedies en ontneemt topsport, waar uiterste inzet en concrete omstandigheden cruciaal zijn, zijn zin als alles zou afhangen van je innerlijke houding.

Het artikel wijst ook op een filosofische paradox: de oude stoïcijnen konden zulke radicale gelijkmoedigheid volhouden omdat zij in een diepere orde of goddelijke voorzienigheid geloofden; zonder dat geloof verliest het ideaal veel van zijn houdkracht. Zo wordt de belofte dat geluk altijd binnen handbereik ligt, problematisch: als geluk op die manier af te dwingen is, lijkt niemand werkelijk gelukkig wanneer het er écht toe doet.

De column eindigt ironisch: het podium kleurt oranje en de gouden medaille glanst, maar de verteller laat de lezer achter met het besef dat stoïcijns “amor fati” zowel troost kan bieden als de harde realiteit kan verdoezelen.