Wall Street-banken zien dealactiviteit vertragen, maar pijplijn blijft sterk
In dit artikel:
De grote Amerikaanse banken beleefden in het derde kwartaal wisselende resultaten. Aanhoudende oorlogen, hoge inflatie, onzekerheid over de omvangrijke AI-investeringen en sterk stijgende rentes zorgden voor onrust op de aandelen- en vooral obligatiemarkten. Na een sterk eerste halfjaar namen de handels- en investmentbankingactiviteiten bij onder meer JPMorgan Chase, Wells Fargo en Citigroup vooral in de tweede helft van september af.
De wereldwijde obligatiemarkt maakte een zware verkoopgolf door, waardoor rentes stegen tot niveaus die sinds het begin van deze eeuw niet meer waren gezien. Dat remde bedrijfsdeals en verloor de markt voor beursgangen momentum. Bankbestuurders verwachten echter vooral uitstel in plaats van afstel: volgens JPMorgan blijft de pijplijn voor investment banking sterk en kunnen transacties doorgaan als de marktomstandigheden in het vierde kwartaal stabiliseren. Hoge rentes en de dreiging van verdere renteverhogingen door de Federal Reserve blijven wel een belangrijke rem.
De aandelenhandel vormde een belangrijke uitzondering. JPMorgan rapporteerde een stijging van 15 procent van de inkomsten uit zijn marktenafdeling, dankzij 49 procent hogere inkomsten uit aandelenhandel. Beleggers pasten hun portefeuilles aan vanwege onzekerheid over rente en sterk gestegen energieprijzen. Goldman Sachs overtrof de winstverwachtingen, mede door stabiele dealactiviteit en hogere inkomsten uit aandelenhandel tijdens de onrust rond het conflict in het Midden-Oosten. De beurskoersen van de banken reageerden verdeeld: Wells Fargo en Citigroup daalden, terwijl JPMorgan en Goldman Sachs stegen. Analisten waarschuwen wel dat de sterke resultaten te veel op aandelenhandel kunnen leunen en daardoor mogelijk niet duurzaam zijn.
Vandaag Inside: Dave Maasland over datingserie Love Is Blind: ‘Eén grote poppenkast!’