Washington richt vizier op Gaesa, de legertak die de Cubaanse economie beheerst
In dit artikel:
Gaesa (Grupo de Administración Empresarial S.A.) is het machtige militaire conglomeraat dat grote delen van de Cubaanse economie beheerst: hotels, supermarkten, benzinestations, wisselkantoren, geldtransfers, de grootste haven van het land en de vrijhandelszone bij Mariel. Hoewel de onderneming weinig zichtbaar is in het dagelijks straatbeeld, komen gewone Cubanen, buitenlandse bedrijven, toeristen en de diaspora er nauwelijks omheen. Daardoor is Gaesa een primair doelwit geworden van recente Amerikaanse druk.
Eerder deze maand ondertekende president Donald Trump een decreet dat sancties tegen Cuba uitbreidt en ook buitenlandse bedrijven die zaken doen met Gaesa kan treffen. De Amerikaanse regering stelt dat het conglomeraat de militaire elite verrijkt terwijl de bevolking lijdt onder voedseltekorten, grootschalige emigratie en dagelijkse stroomstoringen. Tegelijk werden recentelijk topfiguren rond Gaesa, waaronder generaal Ania Guillermina Lastres (opvolger van de in 2022 overleden Luis Alberto Rodríguez López-Calleja), door de VS gesanctioneerd.
Gaesa ontstond in de jaren negentig na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, toen het regime economische macht aan het leger gaf om het land in leven te houden. Het opereert autonoom, buiten normaal staatsbeheer: geen jaarrekeningen, geen parlementaire controle en nauwelijks civiel toezicht. Open kritiek wordt gestraft; de Cubaanse auditeur-generaal verloor in 2024 haar functie nadat ze publiekelijk aangaf Gaesa niet te kunnen controleren. Cubaanse economen wijzen op extreme ondoorzichtigheid over inkomsten, investeringen en kasreserves.
Lekken van financiële documenten die de Miami Herald publiceerde gaven een zeldzaam beeld: in maart 2024 zou Gaesa ruim $18 miljard aan liquide middelen hebben gehad en in het eerste kwartaal van dat jaar $2,1 miljard winst hebben geboekt. Havana betwist deze cijfers en noemt ze overdreven. De discussie over exacte bedragen doet echter niet af aan de kernvraag: waarom investeerde Gaesa miljarden vooral in toerisme terwijl basisvoorzieningen en de rest van de economie wegzakten?
Gaesa bleef sterk inzetten op hotelbouw na de beperkte toenadering tijdens de Obama-jaren, met een sterke toename van het aantal Gaesa-hotels en een groot deel van de investeringsbegroting naar toerisme, ondanks lage bezettingsgraden. Een illustratie is de bijna lege Torre K in Havana: een luxe-gebouw dat oprijst te midden van dagelijkse rijen voor voedsel en regelmatige stroomuitval. Daarnaast loopt een groot deel van de door de diaspora gestuurde geldzendingen via dochterbedrijven van Gaesa, waardoor de organisatie belangrijke harde valuta binnenhaalt.
De Amerikaanse aanpak raakt ook Europese spelers: Spaanse hotelgroepen zoals Meliá en Iberostar werken via joint ventures met Gaesa en vrezen sancties, bankbeperkingen en verlies van concurrentiepositie als de VS markttoegang opeist. Tegelijk heeft Gaesa een netwerk van offshorestructuren — met Panama als knooppunt — opgebouwd om sancties te omzeilen, een patroon dat eerder opdook in de Panama Papers en Pandora Papers. Dat maakt het voor Washington moeilijk om de organisatie effectief te isoleren, ook al zet de VS gericht in op het uitdunnen van de financiële slagkracht van het militaire conglomeraat.