Wat als het Nederlandse oorlogsarchief online doorzoekbaar wordt voor iedereen?

dinsdag, 26 mei 2026 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) bevat dossiers van ongeveer 425.000 Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog zijn onderzocht wegens vermeende collaboratie. De bedoeling was dat het archief vanaf 2025 volledig online doorzoekbaar zou worden, maar de Autoriteit Persoonsgegevens wees op privacyrisico’s voor nog levende betrokkenen. Daardoor is die plannen voorlopig van tafel gezet; als tussenoplossing is alleen een digitale namenlijst met inventarisnummers publiek gemaakt. Inzage van dossiers is nu nog uitsluitend mogelijk op locatie bij archieflocaties. Het kabinet werkt aan een wijziging van de Archiefwet om digitale openstelling alsnog mogelijk te maken.

Journalist Judith Zilversmit en historicus Ewoud Kieft (NIOD) spraken hierover en zijn kritisch over de huidige tussenoplossing. Zij merken dat het beperkte toegangssysteem mensen lang doet wachten en emotioneel raakt: soms gaat het om ouderen die mogelijk niet lang meer leven en maanden moeten wachten op documenten die voor hen cruciale antwoorden kunnen bevatten. Zilversmit, die haar familiegeschiedenis onderzocht, beschrijft ook persoonlijke gevolgen van ontsluiting: ze werd door een nazaat van een vermeende collaborateur via Instagram benaderd, wat zij als heftig ervoer. Ze waarschuwt voor verlies van controle bij volledige online openstelling en pleit voor zorgvuldige begeleiding.

Kieft benadrukt dat het CABR een rechtbankenarchief is vol complexe juridische formuleringen en ook veel valse of onterechte verdachtmakingen bevat. Goede context en uitleg zijn daarom essentieel; hij steunt openbaarheid maar wijst op de noodzaak van hulpmiddelen waarmee zoekers meteen kunnen zien waar een dossier over gaat (aanklacht, rechtsgang, oordeel). Beide spreken over generatieverschillen: jongere nazaten zoeken vaker openheid en erkenning, terwijl oudere generaties nog veel trauma en stilzwijgen kennen. Werkgroep Herkenning, die nazaten van NSB’ers vertegenwoordigt, pleitte voor geleidelijke openstelling zodat families eerst zelf zicht krijgen op hun geschiedenis — maar de directe aanleiding voor het uitstel was uiteindelijk privacywetgeving, niet die terughoudendheid.

Onderzoek van ARQ (2024) toont dat circa een vijfde van de Nederlanders het moeilijk vindt als nazaten van collaborateurs publieke functies bekleden; Kieft twijfelt aan de vraagstelling en benadrukt dat openheid juist kan bijdragen aan verwerking. Psychologen zoals Inez Schelfhout noemen blootstelling aan feiten vaak helend voor intergenerationeel trauma; Zilversmit ervaart dat ook persoonlijk.

Praktische kant: online toegankelijkheid maakt zoeken op slachtoffers, straatnamen en trefwoorden mogelijk (voorheen waren dossiers alleen op naam van verdachten geordend). Kieft waarschuwt dat veel zaken niet tot een vonnis kwamen — ongeveer 200.000 werden geseponeerd en 120.000 administratief afgehandeld, waardoor in veel dossiers het eindoordeel ontbreekt. Archivistisch advies is concreet: houd regie over familiebrieven en -documenten, geef originelen niet zomaar weg, laat scannen en teruggeven. Het CABR bevat bovendien nog veel ‘bijvangst’ (bijv. brieven van Nederlandse SS’ers aan het oostfront) die nieuw historisch inzicht kan opleveren. Internationale koppelingen met Duitse archieven bestaan nog niet, maar zouden onderzoek en begrip verder kunnen verdiepen.