Wat Barack Obama, Harry Styles en Mark Rutte ons kunnen leren over saamhorigheid
In dit artikel:
De schrijver, ooit politiek adviseur bij de PvdA, betoogt dat de samenleving harder is geworden en dat mensen met goede bedoelingen zich vaak een minderheid voelen. Hij ziet dat terug in focusgroepen, in het publieke debat en in de manier waarop Donald Trump en ook Nederlandse mediacultuur volgens hem vooral het agressieve en vernederende gedrag belonen. Rellen, ruzie en afzeiken krijgen aandacht, terwijl vrijwillige inzet en onderlinge hulp nauwelijks zichtbaar worden.
Tegen die sombere achtergrond noemt hij twee momenten die juist hoop gaven: concerten van Harry Styles en het oprichtingscongres van Progressief Nederland (Pro). Op beide plekken ervoer hij een sfeer waarin vriendelijkheid, samenwerking en acceptatie centraal stonden. Dat contrasteert met de harde toon die hij elders ziet.
Volgens hem is dat geen exclusief links of progressief ideaal: ieder mens heeft zowel egoïsme als solidariteit in zich. Welke kant de overhand krijgt, hangt mede af van het voorbeeld dat leiders geven. Hij verwijst naar Barack Obama, die mensen wilde laten nadenken over wie zij zelf kunnen zijn, en naar Mark Rutte, die na de Russische inval in Oekraïne sprak over hulp aan “familie”. De kern van zijn boodschap is dat leiders het beste in mensen moeten aanspreken, omdat veel welwillende burgers alleen zichtbaar worden als zij niet worden overschreeuwd.
Vandaag Inside Oranje: Weerman in Kansas City voorspelt kans op onderbreking van Nederland-Tunesië door noodweer