Wat hebben Microsoft, Philips, Volkswagen en KLM gemeen?
In dit artikel:
Vier grote bedrijven — Microsoft, Philips, Volkswagen en KLM — investeren grootschalig in natuurherstel en technologie voor CO2-verwijdering om hun resterende uitstoot te neutraliseren en toekomstige regelgeving voor te zijn. Hun projecten lopen uiteen van bosaanplant en bosbescherming in Afrika en Zuid-Amerika tot technologische CO2-opslag in Noord-Amerika en IJsland, en vormen samen het bewijs dat compensatie via natuur- en technologieprojecten inmiddels een mainstream bedrijfsstrategie is.
Microsoft combineert technologische oplossingen met natuurprojecten en kocht recent tientallen miljoenen tonnen CO2-certificaten via meerjarige contracten. Voorbeelden: 3,5 miljoen certificaten in Brazilië (herstel van ongeveer 33.000 hectare), een uitbreiding met 7 miljoen certificaten uit bosherstel in de VS, een 30-jarig akkoord in India voor 1,5 miljoen certificaten gekoppeld aan de aanplant van 11,6 miljoen bomen, plus aankopen via projecten voor beter bosbeheer en regeneratieve landbouw. Deze deals ondersteunen Microsofts doel om tegen 2030 klimaatnegatief te worden.
Philips heeft sinds 2020 al zijn fabrieken en kantoren op 100% hernieuwbare elektriciteit draaien en compenseert de resterende emissies met gecertificeerde projecten in Afrika en Azië. Die trajecten richten zich niet alleen op CO2-reductie, maar ook op gezondheid, onderwijs en lokale welvaart — bijvoorbeeld drinkwatervoorziening in Oeganda, bosbescherming in Ethiopië, windenergie in India en energiezuinige kooktoestellen in Ghana en Kenia. In 2024 compenseerde Philips emissies ter grootte van de opname van ruim 14 miljoen eiken; sinds 2025 verschuift het bedrijf meer naar actieve CO2-verwijdering en biodiversiteitsprojecten conform TNFD-richtlijnen.
Volkswagen koppelt compensatie aan zijn elektrificatiestrategie: ondanks vergroening van het wagenpark blijven productieketens emissies achterlaten. Via ClimatePartner ondersteunt Volkswagen bosbescherming in Zimbabwe en Brazilië en duurzame energieprojecten in India en China. Met de 2025-strategie “regenerate+” en een Biodiversity Fund van €25 miljoen per jaar wil Volkswagen niet alleen klimaatneutraal worden (streefcijfer: CO2-neutrale productie in 2040), maar ook een positieve natuurimpact realiseren volgens strengere biodiversiteitscriteria.
KLM pakt luchtvaartemissies aan met een mix van maatregelen: sinds 2025 bevat brandstof voor Europese vertrekken gemiddeld 2% SAF (conform ReFuelEU), het bedrijf investeert in uitbreiding van SAF-productie en biedt klanten vrijwillige SAF-opties aan. Voor resterende uitstoot financiert KLM via partner FORLIANCE Gold Standard-gecertificeerde herbebossingsprojecten in Oeganda, Panama en Colombia; passagiers kunnen hieraan meebetalen via het CO2 Impact Programme.
Achter deze bedrijfsinitiatieven staat een snelgroeiende markt voor vrijwillige CO2-certificaten: geschatte waarde tussen $5,3–$10 miljard in 2025, met prognoses tot $50 miljard in 2030. Kwalitatieve verwijdering kost nu ongeveer €25–€80 per ton en analisten verwachten hogere prijzen door schaarste en strengere rapportagestandaarden (o.a. VCS, Gold Standard, TNFD). Projectontwikkeling en certificaatlevering worden veelal uitbesteed aan gespecialiseerde ontwikkelaars; de tekst noemt Green.Earth als beursgenoteerde end-to-end ontwikkelaar met een pijplijn van ruim 38 miljoen certificaten en meerdere gevalideerde projecten.
Kortom: grote bedrijven zien natuurherstel en CO2-verwijdering niet langer als liefdadigheid, maar als strategische investering die reputatie, compliance en tastbare ecologische waarde combineert. Belangrijke aandachtspunten voor buitenstaanders blijven de kwaliteit van certificaten (additionaliteit, duurzaamheid, verificatie) en het risico op greenwashing — factoren die mede de toekomstige vraag en prijzen zullen bepalen.