Wat is er te doen aan de hoge uitval op het hbo?

dinsdag, 2 juni 2026 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

In het Nederlandse hbo speelt volgens onderwijsinstellingen en deskundigen een leercrisis: college-opkomst is gedaald tot ongeveer 30% en de uitval na het eerste studiejaar is zorgwekkend. Hoogleraar Marinka Kuijpers (Saxion) en emeritus hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles signaleren dat veel studenten onvoldoende worden toegerust voor de snel veranderende arbeidsmarkt en dat onderwijs en student in hun verwachtingen langs elkaar heen groeien.

Jolles stelt dat hbo-scholen studenten te veel behandelen als autonoom lerende volwassenen: “Hbo-instellingen behandelen hun studenten alsof ze zelfstandig kunnen leren.” Zijn punt is dat de leer- en regelvaardigheden van 18-jarigen zich vaak pas ver in de twintig ontwikkelen. Jongeren hebben gerichte feedback, sturing en inspiratie van docenten nodig om verantwoordelijkheid en regie te leren nemen. Zonder die begeleiding lopen veel studenten vast en vallen zij vroegtijdig uit.

Kuijpers nuanceert: zij vindt dat studenten juist te weinig als volwassenen worden gezien binnen het onderwijs. Er is volgens haar te veel uniformiteit en te weinig keuzevrijheid, terwijl jongeren bovendien niet geleerd worden hoe keuzes gemaakt moeten worden. Ze pleit voor meer ruimte om te ontdekken wie je bent, welke werkzaamheden bij je passen en wat je motieven en waarden zijn — zaken die bepalend zijn voor later werkgeluk en arbeidsidentiteit.

Beide experts benadrukken dat het niet alleen om cognitieve kennis gaat, maar om de ontwikkeling van zelfinzicht, zelfregulatie, besluitvaardigheid en communicatieve vaardigheden. Ze bekritiseren de huidige invulling van reflectie-opdrachten: die worden veelal taakgericht ingevuld en verslaan tonen volgens Kuijpers weinig diepgang omdat studenten schrijven wat ze denken dat de docent wil lezen. Jolles vult aan dat mondelinge taalvaardigheid belangrijk is omdat taal het denken en het zelfinzicht ondersteunt.

De coronapandemie heeft de problemen verergerd: aanwezigheidsculturen veranderden en studenten kregen minder begeleiding bij het omgaan met onzekerheid. Daarnaast beschrijven Jolles en Kuijpers maatschappelijke verschuivingen — digitale connectiviteit, minder stabiele sociale structuren en meer individuele keuzeruimte — die vragen om intensievere pedagogische begeleiding dan vroeger. Waar vroeger milieu en familie keuzes bepaalden, rust nu veel druk op het individu, met stress en verkeerde studiekeuzes als gevolg.

Als oplossingen noemen zij concrete wederzijdse afspraken tussen instelling en student over verwachtingen (bijvoorbeeld tijdsinvestering versus persoonlijke feedback), een sterkere pedagogische en coachende rol van docenten, en meer curriculumruimte voor reflectieve, sociale en communicatieve vaardigheden. Ook wijzen zij op een tekort in de lerarenopleidingen: toekomstige docenten krijgen niet altijd aangeleerd hoe ze studenten moeten begeleiden in loopbaanontwikkeling.

Hun conclusie is flink: er moet structureel iets veranderen. Meer en betere begeleiding kan niet alleen het welzijn van studenten verbeteren, maar ook het rendement van het onderwijs verhogen en maatschappelijke kosten van uitval verminderen. Ondersteunend contextueel punt: neurowetenschap laat zien dat uitvoerende functies van de hersenen zich doorgaans tot ver in de twintig ontwikkelen, wat de oproep tot meer sturing en stapsgewijze verantwoordelijkheid onderstreept.

Beiden zijn het eens dat eindeloze discussies niet helpen; er is volgens hen urgentie voor praktische verandering in het hbo-onderwijs.