'We hebben haar niet kunnen beschermen'

maandag, 1 juni 2026 (10:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Het verhaal gaat over Jessica, geboren in september 1987, en haar ouders Monique en de verteller — een psychiater die toen 34 was. Wat als een gewone bevalling begon, draaide al snel uit op een schok: de arts vermoedde meteen dat het meisje kenmerken van het downsyndroom had. Voor het echtpaar, dat op die leeftijd het risico op downsyndroom klein inschatte, was het nieuws een traumatische knak. In de eerste dagen konden ze hun pasgeboren dochter moeilijk mee naar huis nemen; ze moesten eerst verwerken dat het beeld van het kind dat ze voor ogen hadden anders was.

Ze zochten professionele steun en leerden het verlies en de vreugde naast elkaar te plaatsen: ze wilden ‘good enough’ ouders zijn — niet perfect, maar aanwezig en liefdevol. Contact met andere ouders van kinderen met downsyndroom bood houvast. Het gezin koos in het begin tegen intensieve vroeginterventieprogramma’s; later knaagde de vraag of ze toch meer hadden moeten doen toen Jessica op veel gebieden beperkt bleef en nauwelijks taalontwikkeling liet zien. Jessica ontwikkelde zich traag, bereikte mijlpalen op haar eigen tempo, en sprak vrijwel niet. Kleine momenten — een blond plukje haar boven de busramen, haar blije begroeting “papa” op zondag — werden gekoesterd.

Vanaf ongeveer haar tiende raakte Jessica meer in zichzelf gekeerd; ze maakte geluiden en communiceerde via gedrag. Haar ouders voelden voortdurend de last van waakzaamheid: waren klachten het gevolg van pijn, ziekte of onveiligheid? Die zorg volgde hen zelfs toen ze jongere kinderen kregen en Jessica in een instelling woonde: de beschermingsverantwoordelijkheid blijft intensief.

Toen Jessica in haar late twintigste een wond op haar bil kreeg, ontstond een tragedie van gemiste signalen. De ouders waren tijdelijk in Australië; de diagnose bij terugkomst luidde melanoma. Hoewel ze geopereerd werd en later behandeld met tumorremmers — wat haar tijdelijk leek op te knappen — bleken er uitzaaiingen. Omdat Jessica wilsonbekwaam was, viel euthanasie af; de familie en instelling kozen voor pijnbestrijding en uiteindelijk palliatieve sedatie. Een arts die aanvankelijk aarzelde werd vervangen, sedatie volgde, en Jessica stierf uiteindelijk in de armen van haar vader. Dat sterven in nabijheid gaf troost, maar de ouders blijven achter met zwaar schuldgevoel: hadden ze haar kunnen beschermen? Hadden ze eerder moeten ingrijpen?

De verteller reflecteert open over spijt — te veel tijd aan carrière besteed, te weinig altijd fysiek aanwezig — en waardering: Jessica bracht eenvoud en andere prioriteiten in hun leven, leerde hen stil te staan bij kleine genoegens en toonde de inzet van begeleiders in woonvoorzieningen. Monique publiceerde later over hun ervaring (De ogen van Jessica). Op haar graf staat volgens hen een passende tekst: ze maakte betere mensen van hen.