Wereldheerschappij ETF's scheelt beleggers $100 miljard per jaar
In dit artikel:
ETF’s zetten hun opmars ten koste van beleggingsfondsen voort. In de Verenigde Staten stroomde al in 2008 voor het eerst meer geld naar ETF’s dan naar mutual funds. In 2025 waren er er bovendien voor het eerst meer ETF’s dan afzonderlijke aandelen. Volgend jaar zal naar verwachting ook het aantal uitstaande ETF’s groter zijn dan het aantal beleggingsfondsen. Europa loopt achter op de VS, maar volgt dezelfde ontwikkeling.
De groei draait inmiddels niet alleen om passief en goedkoop beleggen. Een aanzienlijk deel van de nieuwe ETF’s bestaat uit leveraged ETF’s, die vooral voor kortetermijnspeculatie met geleend rendement worden gebruikt, en uit actief beheerde ETF’s. Die laatste lijken inhoudelijk sterk op beleggingsfondsen, maar zijn vaak goedkoper en in de VS fiscaal aantrekkelijker verpakt als ETF. Hun hogere kosten ondermijnen volgens de auteur wel het beeld van ETF’s als ideale langetermijnproducten.
De gemiddelde ETF-kosten daalden tot 2023 naar 0,172 procent, maar liepen daarna op tot 0,182 procent in 2026. Dat komt vooral door de groei van hefboom- en actief beheerde producten. ETF’s blijven daarmee gemiddeld goedkoper dan beleggingsfondsen, zeker wanneer beleggers kiezen voor een brede indextracker.
Wereldwijd zit echter nog altijd 59 biljoen dollar in beleggingsfondsen, tegenover 22,4 biljoen dollar in ETF’s. Als de fondskosten gemiddeld twee keer zo hoog zijn als ETF-kosten, zou een volledige overstap volgens de berekening jaarlijks minstens 107,5 miljard dollar aan kosten kunnen besparen. Voor Nederland zijn vergelijkbare cijfers niet beschikbaar, omdat DNB ETF’s en beleggingsfondsen samen rapporteert; voor aandelenfondsen ging het in juni om 91,3 miljard euro.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'