'Wij willen niet roepen dat investeren in defensie belangrijk is en het vervolgens niet doen'
In dit artikel:
Koningin Máxima heeft zich recentelijk ingeschreven als reservist bij Defensie, naar eigen zeggen vanuit de overtuiging dat de veiligheid van Nederland niet langer vanzelfsprekend is. Op officiële foto’s is zij in camouflage, met uitrusting en op een klimmuur te zien; het optreden wordt door critici ook als een PR‑moment gezien. Máxima volgt hiermee in de voetsporen van echtgenoot koning Willem‑Alexander (die marineopleiding volgde) en dochter Amalia, die inmiddels korporaal is.
Haar keuze past in een bredere opleving van steun voor de krijgsmacht in Nederland. Door de oorlog in Oekraïne zijn defensie, wapentechnologie en geopolitieke analyse nadrukkelijk terug op de agenda gekomen. De Nederlandse regering wil de capaciteit opbouwen en streeft naar 20.000 reservisten in 2030. Sinds de aanslag op de publieke perceptie in 2014 en de opheffing van bepaalde beperkingen in 2018 is zichtbaarheid van militairen weer geaccepteerd als hulpmiddel bij werving. De toestroom van vrijwilligers is groot: duizenden meldingen leidde in april tot een wachtlijst van circa 2.700 kandidaten, waarmee de krijgsmacht moeite heeft om de aanwas direct te verwerken.
De hernieuwde belangstelling contrasteert met de beleidsperiode na de Koude Oorlog, toen de dienstplicht in 1997 werd opgeschort en defensie jarenlang werd gezien als bezuinigingspost. Dat leidde tot krimp en volgens de NAVO in 2016 tot verminderde slagkracht van de landmacht. De Russische invasie van Oekraïne veranderde de koers: Nederland hervatte het streven naar de NAVO‑norm van 2% van het bbp en in juni 2025 spraken NAVO‑landen af om uitgaven nog verder op te voeren naar 3,5% van het bbp in 2035 — een maatregel die in Den Haag brede steun kreeg.
Ook financiële spelers keren zich om. Pensioenfondsen, vermogensbeheerders en particuliere beleggers tonen meer interesse in defensiegerelateerde bedrijven. Pensioenfonds PME investeerde recent €40 miljoen in een hightech defensiefonds, terwijl het strikte uitsluitingsbeleid grotendeels intact blijft. Bestuurders en strategen zeggen dat zulke investeringen bijdragen aan veiligheid en weerbaarheid, maar waarschuwen dat zorgvuldige selectie noodzakelijk blijft vanwege risico’s op mensenrechtenschendingen en ethische bezwaren.
De verschuiving manifesteert zich ook in de media: defensiespecialisten verschijnen regelmatig in talkshows en nieuwsprogramma’s, wat weekblad Quote omschreef als een ‘soldatenhausse’. Voormalig commandant Mart de Kruif treedt vaak op om te duiden waarom publiek bewustzijn nodig is; hij noemt het inzetten op reservisten tactisch verstandig omdat parttimers de krijgsmacht weer dichter bij de samenleving brengen. Tegelijkertijd relativeert hij de invloed van Máxima: als iemand alleen gemotiveerd raakt omdat de koningin het ook doet, zal die persoon mogelijk de opleiding niet voltooien.
Samengevat: Máxima’s status als reservist symboliseert en versterkt een bredere maatschappelijke en politieke omslag waarin Nederland defensie, werving en investeringen snel opschaalt als antwoord op een onrustiger Europa en verhoogde dreiging.