Wilfried de Jong: 'Polaroids hebben iets weemoedigs'
In dit artikel:
Wilfried de Jong voegt op zijn 68ste een nieuw vak toe aan zijn veelzijdige loopbaan: dat van fotograaf. Vier jaar lang trok hij met een rode Polaroid SX-70 door onder meer Rotterdam, Brussel, Rome, Toulouse, Tanger en Tokio. Ook fotografeerde hij in dorpen, de natuur en op industrieterreinen. Uit duizenden opnamen selecteerde hij een reeks beelden voor zijn boek *Polaroidman*, dat op 3 september verschijnt. Op dezelfde dag opent in galerie Weisbard in Rotterdam een tentoonstelling met zijn werk.
De Jong kreeg zijn eerste Polaroidcamera van zijn zoon. Later kocht hij online in Italië een SX-70 met een betere lens, scherpstelling en een opvallende rood-witte behuizing. Hij is er sterk aan gehecht en bezit inmiddels meerdere exemplaren, uit angst zonder camera te komen zitten. Toch fotografeert hij terughoudend: vaak maakt hij niet meer dan drie foto’s per dag. Een cassette kost ongeveer 25 euro voor acht beelden, maar vooral zijn hoge eisen bepalen wanneer hij afdrukt. Hij wil alleen een beeld maken als hij iets bijzonders ziet.
Zijn foto’s richten zich zelden op mensen of klassieke onderwerpen. De Jong is geïnteresseerd in details, abstracte vormen, kleuren, lijnen, gaten en structuren: een put in het trottoir, een ruwe muur of een onverwachte combinatie van vormen. Hij zoomt soms zo ver in dat niet meer duidelijk is wat er wordt afgebeeld. De foto’s moeten volgens hem ruimte laten voor de fantasie van de kijker, in plaats van een betekenis of psychologisch verhaal op te leggen.
De aantrekkingskracht van het analoge procedé zit voor hem in de beperking en de imperfectie. Na het indrukken van de knop ligt het resultaat vast; filters, uitsneden en digitale correcties zijn niet meer mogelijk. Het beeld ontwikkelt zich langzaam en kan nog uren van kleur en vorm veranderen. Chemicaliën kunnen onverwachte effecten veroorzaken, zoals een ijskristalachtige vlek. Juist die onvoorspelbaarheid vindt De Jong bevrijdend. De rode camera roept bovendien iets zachts en kinderlijks op, in tegenstelling tot de grote, indrukwekkende camera’s van sommige professionele fotografen.
De Jong is bekend als helft van het theaterduo Waardenberg en De Jong, columnist, schrijver, presentator van programma’s als *Holland Sport*, *24 uur met …*, *Zomergasten* en *Brommer op zee*, radiomaker, danser en contrabassist. Hij ziet zijn verschillende activiteiten niet als vlucht van het ene naar het andere, maar als volwaardige uitdagingen waarin hij zich telkens volledig vastbijt. Volgens hem ontstaat vakmanschap vooral door lang oefenen en niet opgeven. Dat gold voor het theaterwerk met Martin van Waardenberg, maar ook voor zijn boeken, muziek, dans en fotografie.
De Jong groeide op in een Rotterdamse wederopbouwwijk als tweede van vier kinderen. Ondanks de steun van zijn ouders was hij als jongen onzeker en wist hij lange tijd niet welke richting hij op wilde. Na het atheneum had hij uiteenlopende banen, verbleef hij enige tijd in een kibboets in Israël en werkte hij als jongerenwerker na een opleiding aan de sociale academie. Tijdens een zomerkamp ontmoette hij Martin van Waardenberg, met wie hij later het theater in ging. Tegelijkertijd ontwikkelde hij zich als journalist en schrijver.
De onzekerheid is volgens De Jong nooit helemaal verdwenen. Hij twijfelt over gezondheid, werk en zijn gezin en is soms bang dat een optreden of interview niet goed gaat. Die twijfel beschouwt hij inmiddels niet meer als een tekortkoming, maar als een bron van creativiteit. Door niet te eisen dat alles vlekkeloos verloopt, kan hij zich overgeven aan improvisatie en onverwachte momenten. Ook nietsdoen vindt hij waardevol: uren luisteren naar platen, lezen en nadenken horen volgens hem bij zijn werk.
De Polaroids sluiten aan bij zijn voortdurende associaties en bij zijn besef dat de tijd verstrijkt. Een foto zet de tijd voor hem niet stil, maar brengt juist gedachten en herinneringen op gang. Het boek bevat daarom naast beelden korte teksten en raakt ook aan zijn jeugd, zijn ouders, de geboorte van zijn kinderen en het ouder worden. De Jong merkt dat zijn lichaam achteruitgaat en dat hij vrienden heeft verloren. De heftige verwondering die hij als jongere in steden als Rome en New York voelde, kan hij nog oproepen, maar niet meer op dezelfde manier ervaren. Dat noemt hij een vorm van vergankelijkheid. Toch wil hij nog geruime tijd doorgaan, met zijn camera, muziek, verhalen en andere projecten.
De Oranjezomer: Theo Janssen over transfer Geertruida: ‘Als hij de keuze had tussen PSV en Feyenoord...'