Woningcorporaties verder in het nauw door 'onverklaarbaar' hoge onderhoudskosten

maandag, 4 mei 2026 (12:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Woningcorporaties zien hun onderhouds- en verduurzamingskosten sterk oplopen, met grote gevolgen voor hun financiële speelruimte en bouwambities. Lefier, een corporatie met 29.000 huurwoningen in Noord-Nederland, meldt dat de onderhoudslasten in zes jaar met 33% stegen tot €68 mln. Landelijk constaterteert toezichthouder Autoriteit Woningcorporaties (Aw) dat corporaties hun onderhoudsuitgaven steevast verhoogden van €4,1 mrd in 2018 naar ruim €6,7 mrd in 2025 — een groei van meer dan 60% — terwijl loon- en materiaalkosten over diezelfde periode “maar” circa 30% stegen.

Meerdere oorzaken liggen aan deze uitgavenstijging ten grondslag. Moderne en gerenoveerde woningen bevatten vaak ingewikkelde systemen — warmtepompen, mechanische ventilatie, vloerverwarming, zonnepanelen — die specialistisch onderhoud en hogere onderhoudskosten vragen. Tegelijk heeft een groot deel van de Nederlandse woningvoorraad een leeftijdsprobleem: bijna de helft van alle huurwoningen is gebouwd tussen 1945 en 1985, waardoor veroudering en kwaliteitsgebreken extra onderhoud vragen. Ook hebben coronajaren, de verhuurderheffing (2013–2023) en het jarenlang doorschuiven van klussen geleid tot een inhaalvraag. Beperkte capaciteit bij aannemers, personeelstekorten en consolidatie in de onderhoudsmarkt (waarbij private-equitypartijen onderhoudsbedrijven overnemen) drijven prijzen verder op.

Concrete voorbeelden illustreren de schaal: corporaties besteden inmiddels gemiddeld zo’n €5.000 per woning per jaar aan onderhoud en verduurzaming. Aedes rekende uit dat corporaties gemiddeld €48 per sociale huurwoning per maand bijleggen; tegelijk stijgen rentelasten en vennootschapsbelasting. Om hun ambities te kunnen financieren moeten corporaties de komende jaren veel meer lenen (van €6,9 mrd vorig jaar mogelijk naar €12,2 mrd in 2027), terwijl strikte Europese fiscale regels de renteaftrek beperken.

De combinatie van dalende marges en hogere schulden brengt corporaties dichter bij kritieke financiële grenzen. De interest coverage ratio (icr), die aangeeft hoe vaak de rente betaald kan worden uit nettohuur, mag niet onder 1,4 zakken. Al heeft 40 van 258 corporaties een icr van 1,7 of lager; zonder beleidswijzigingen kunnen binnen vier jaar 166 corporaties in de gevarenzone terechtkomen. Het kabinetsvoornemen om vanaf 2031 de vpb met structureel €325 mln te verlichten biedt enige ruimte, maar volgens sectorpartijen is dat onvoldoende om de oplopende vpb-lasten richting 2030 volledig te ondervangen.

Om kosten te temperen proberen corporaties hun portefeuille te verjongen (sloop, verkoop, nieuwbouw), sluiten ze langere contracten met vaste onderhoudspartners, combineren onderhoud met verduurzaming en scherpen ze datacontroles aan. Lefier vernieuwt jaarlijks circa 1,5% van het bezit en verduurzamt zo’n 1.000–1.500 woningen per jaar binnen de financiële mogelijkheden.

Risico’s blijven echter groot: fraudegevallen bij aannemers kwamen sinds juli 2023 28 keer bij Aw binnen, met schadeposten variërend tot bijna €1 mln; een paar incidenten leidden tot aangifte. Ook nieuwe wettelijke eisen (bijv. verplichte hoogwerkers, zero-emissiezones) verhogen uitvoeringskosten die doorberekend worden aan corporaties.

De sector waarschuwt dat de oplopende bouw- en onderhoudslasten, in combinatie met gelimiteerde huismogelijkheid tot huurverhoging en stijgende rentebedragen, het huidige verdienmodel onder druk zetten. Zonder aanvullende financiële ruimte of beleidsaanpassingen dreigen corporaties te moeten snijden in nieuwbouwplannen of onderhoudsbudgetten — een keuze die op termijn het tekort aan sociale huurwoningen en de kwaliteit van bestaand bezit kan verslechteren.