Yayoi Kusama vond in Nederland erkenning, de wereld volgde later
In dit artikel:
Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft deze week de grootste overzichtstentoonstelling ooit over Yayoi Kusama geopend. De expositie beslaat zeventig jaar van haar carrière en vult de volledige nieuwbouw met ruim driehonderd werken. Bezoekers zien er onder meer kindertekeningen, schilderijen, sculpturen, keramiek, collages, etsen, modeontwerpen en meerdere Infinity Mirror Rooms. Een van die spiegelinstallaties is speciaal voor de tentoonstelling gemaakt en beslaat ongeveer 246 vierkante meter.
Kusama groeide op in Matsumoto, in de Japanse Alpen, als dochter van eigenaren van een planten- en zadenkwekerij. Haar vroege fascinatie voor natuur, bloemen en patronen keert terug in haar latere werk. Ondanks de wens van haar ouders dat ze huisvrouw zou worden, koos ze voor de kunst. In Kyoto ontwikkelde ze een eigen stijl waarin natuurelementen en fantasie samenkwamen. Op haar 25e vertrok ze via Seattle naar New York, waar ze aansluiting zocht bij de avant-garde.
In New York maakte Kusama de omvangrijke Infinity Net-schilderijen: doeken met eindeloze patronen van kleine lusjes. De curator van de tentoonstelling, Leontine Coelewij, benadrukt dat de uiterst precieze werkwijze sterk afweek van de expressieve schilderkunst van tijdgenoten als Jackson Pollock en Willem de Kooning. Ook haar latere serie My Eternal Soul, met felgekleurde, bijna twee meter grote schilderijen, is prominent aanwezig.
Herhaling van stippen, netten, bloemen en tentakels werd een centraal motief in Kusama’s oeuvre. Die beeldtaal had mede een persoonlijke oorsprong. Als kind had ze hallucinaties en werd ze geconfronteerd met de buitenechtelijke relaties van haar vader. In de jaren zestig verwerkte ze haar ervaringen in onder meer zachte sculpturen met fallusvormen en in alledaagse objecten die ze volledig bedekte met patronen. Kunst hielp haar, aldus de betrokken kenners, om haar problemen te bezweren.
Hoewel Kusama in de Verenigde Staten solotentoonstellingen had, voelde ze zich daar als vrouw onvoldoende erkend. Ze beschuldigde Claes Oldenburg ervan haar zachte sculpturen te hebben gekopieerd en verweet Andy Warhol dat hij haar idee van herhaling had overgenomen. Met het zelf georganiseerde Narcissus Garden, 1500 spiegelballen die ze in 1966 voor twee dollar per stuk verkocht tijdens de Biënnale van Venetië, leverde ze kritiek op de elitaire kunstwereld.
Tussen 1965 en 1970 verbleef Kusama regelmatig in Nederland. Dankzij Henk Peeters, medeoprichter van de Zero-beweging, kreeg ze hier meer erkenning dan in Amerika. Ze exposeerde onder meer in het Stedelijk met een boot die volledig met penissen was bedekt, en werkte in Bunnik en Scheveningen aan schilderijen, sculpturen en een eigen modelijn. Die bestond uit onder meer tassen, schoenen, koffers en kleding, vaak beschilderd met goud, zilver of penisvormen. Ook haar serie Caged Women ontstond in Nederland.
In 1973 keerde Kusama terug naar Japan. Na een diepe crisis en depressie liet ze zich opnemen in een psychiatrische kliniek, waar ze de rest van haar leven bleef wonen. Ze bleef echter intensief werken en schreef daarnaast boeken en gedichten. Later ontwikkelde ze haar beroemde Infinity Mirror Rooms, waarin spiegels, licht, stippen en objecten een eindeloze ruimte suggereren.
Haar internationale doorbraak kwam pas rond haar zestigste, toen een belangrijke Japanse galerie haar werk ging produceren en promoten. Haar prijzen stegen sterk, haar tentoonstellingen trokken wereldwijd honderdduizenden bezoekers en haar pompoenen en spiegelkamers werden iconen. In 2023 werkte ze bovendien samen met Louis Vuitton, dat haar stippen op tassen, schoenen, brillen, parfumflacons en een winkel aan de Champs-Élysées liet aanbrengen. Volgens kenners spreekt Kusama’s werk een groot publiek aan door de combinatie van felle kleuren, beleving en thema’s als seksualiteit, oorlog en emancipatie, maar ook door haar levensverhaal en haar volharding om steeds haar eigen weg te volgen.
Vandaag Inside: Nog meer pech voor Kees de Bever na ongeluk op filmset