Zes grote EU-landen willen sterker Europees toezicht op financiële markten
In dit artikel:
Zes grote EU-economieën — Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Polen en Nederland — hebben onlangs in een gezamenlijke brief aan de Europese instellingen gepleit voor een ingrijpende wijziging van het toezicht op financiële markten. Politico kreeg inzage in die brief. De landen willen dat belangrijke handelsplatformen en grote marktpartijen onder één centraal toezichthouder komen te vallen: de European Securities and Markets Authority (ESMA). Volgens de initiatiefnemers leidt het huidige stelsel met afzonderlijke nationale toezichthouders tot versnippering, hogere kosten en ingewikkelde regels voor grensoverschrijdende bedrijven en beleggers.
De voorgestelde wijziging zou grote, internationaal opererende spelers rechtstreeks onder Europees toezicht brengen, terwijl kleinere instellingen bij hun nationale toezichthouders blijven. Dit model is bedoeld als analogie met het banksysteem, waar de Europese Centrale Bank toezicht houdt op systeembanken en lokale autoriteiten kleinere banken controleren. Joost Schmets van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) benadrukt dat beleggers en bedrijven steeds vaker grensoverschrijdend werken en daardoor extra toezichtkosten ervaren.
Om door te voeren is steun nodig van minstens vijftien EU-lidstaten; de handtekeningen van deze zes landen vormen een belangrijke eerste stap maar niet voldoende om het plan meteen te realiseren. Er is ook tegenstand, met name uit kleine, financieel belangrijke lidstaten zoals Luxemburg en Ierland, die vrezen macht en economische aantrekkingskracht te verliezen.
Een versterkt Europees toezicht kan bovendien gevolgen hebben voor crypto-beurzen in de EU: het zou de toepassing van de nieuwe cryptoregelgeving (MiCA) uniformer kunnen maken. Het voorstel sluit aan bij het bredere doel van de EU om een meer geïntegreerde kapitaalmarkt te creëren, maar vereist nog politieke uitruiling en nadere uitwerking.