Zo veranderden Amsterdamse woningen vanaf de jaren 90 steeds meer in een basisbehoefte én een financieel bezit
In dit artikel:
Museum Het Schip in Amsterdam gebruikt zijn eigen gebouw als vertrekpunt voor de tentoonstelling *Geen eigen huis*. Het woningblok Het Schip, dat Michel de Klerk tussen 1919 en 1921 ontwierp voor arbeiders en lagere middenklassengezinnen, verbeeldt de idealen van de vroege volkshuisvesting: goede architectuur moest bewoners niet alleen onderdak, maar ook waardigheid en toekomstperspectief bieden. De expositie markeert zowel 125 jaar Woningwet als het 25-jarig bestaan van het museum en verbindt die geschiedenis met de huidige wooncrisis.
De Woningwet van 1901 maakte volkshuisvesting tot een publieke verantwoordelijkheid. Gemeenten kregen meer zeggenschap over woningbouw en erkende woningbouwverenigingen konden met overheidsteun complexen realiseren. Amsterdam bouwde daarop nieuwe wijken, tuindorpen en woonblokken. Anders dan de huidige sociale huursector richtte deze aanpak zich aanvankelijk niet alleen op de allerlaagste inkomens, maar ook op arbeiders en lagere middenklassers.
Na de Tweede Wereldoorlog werd op grote schaal gebouwd om het tekort terug te dringen. De tentoonstelling laat met maquettes, foto’s, affiches en documenten zien hoe plannen voor licht, lucht en groen in onder meer de Westelijke Tuinsteden en de Bijlmer zich verhielden tot de dagelijkse praktijk. Ook bewonersverzet krijgt aandacht, waaronder de kraakbeweging en protesten tegen sloop en grootschalige stadsvernieuwing.
Volgens conservator Melle van Maanen werd de doelgroep van sociale huur in de loop der tijd steeds smaller. Daardoor kwamen huishoudens met lage inkomens en uiteenlopende problemen vaker in dezelfde complexen en buurten terecht. Een belangrijke beleidswijziging volgde na de nota van staatssecretaris Enneüs Heerma uit 1989. Corporaties werden financieel zelfstandiger, directe rijkssteun nam af en eigenwoningbezit werd sterker aangemoedigd. Woningcorporaties kregen meer vrijheid, maar gingen zich ook meer als marktpartijen gedragen.
De woning werd zo naast een basisvoorziening steeds nadrukkelijker een financieel bezit. Eigenaren konden profiteren van stijgende prijzen, terwijl starters en huurders met hogere drempels te maken kregen. Die ontwikkeling staat centraal in *De machinerie van de volkshuisvesting* van Carlijn Kingma. Haar omvangrijke installatie brengt de financiële en bestuurlijke verbanden achter de woningmarkt in beeld. Banken, beleggers, grond, hypotheken, gemeenten, corporaties en regelgeving vormen samen een systeem waarin niet iedereen dezelfde kansen heeft. Kingma ontwikkelde het werk met onderzoeksjournalist Thomas Bollen en baseerde zich op ongeveer 150 gesprekken.
De tentoonstelling stelt daarmee de vraag of meer woningen bouwen voldoende is. Het Sheltersuit van ontwerper Bas Timmer toont een andere kant van de crisis: het beschermende pak biedt dakloze mensen warmte en bescherming, maar neemt dakloosheid niet weg. Platform Woonopgave brengt daarnaast met een beleidskaart in kaart hoe grond, financiering, vergunningen, milieuregels en politieke besluiten de bouw beïnvloeden. Volgens het platform kunnen miljoenen woningen worden toegevoegd door leegstaande gebouwen te benutten, panden te splitsen, samenwonen te vergemakkelijken en bestaande buurten zorgvuldig te verdichten. Vooral in naoorlogse wijken zou ruimte zijn voor uitbreiding, zonder elk open terrein vol te bouwen.
De expositie eindigt niet met één oplossing. Ze maakt duidelijk dat de wooncrisis ook draait om de verdeling van grond, krediet, huur en eigendom, en om de vraag hoeveel verantwoordelijkheid de overheid opnieuw wil nemen. *Geen eigen huis, Wonen in crisis* is tot en met 11 oktober te zien in Museum Het Schip.
De Oranjezomer: Johnny de Mol neemt afscheid van De Oranjezomer en bedankt Raymond Mens: 'Beetje verliefd geworden!'